Mannen doppen eigen boontjes

Laatst had ik een gesprek met professor Tavecchio. Hij is o.a. psycholoog en hoogleraar in de pedagogiek. Het gesprek ging over mannen. Hoe komt het dat mannen niet zo makkelijk openstaan voor hulp, en dan bedoel ik met name hulp bij het opvoeden van hun zonen?

Tavecchio noemde meerdere voorbeelden, waarvan er een mij heel erg is bijgebleven: het betreft een experiment waarbij tientallen vrouwen in een proefopstelling met een camera erbij, met een kind van 1,5 jaar op de arm met een bal aan het spelen waren. En wat bleek? Elke keer als de bal wegstuiterde gebeurde er iets wat je niet zou verwachten. Als het een meisje was dan liep moeder de hele kamer door met het kind nog steeds op de arm, om de bal te pakken. En als het een jongetje betrof dan liep moeder tot halverwege de kamer en liet ze haar zoontje de rest zelf doen. Toe maar pak de bal, je kunt het zelf. Ga maar.

Kennelijk zit het in onze genen ingebakken dat mannen het zelf maar moeten uitzoeken. En dat zie je terug in het gedrag van volwassen mannen. Daar is niemand zich van bewust. Mannen denken al gauw: wie ben jij dan en waarom zou jij dat beter kunnen dan ik? Logisch, ze hebben alles van kinds af aan al alleen gedaan! Of het verstandig is? Dat is een andere vraag.

Ben jij het met mijn stelling eens? Zit het 'eigen boontjes doppen' ingebakken in onze genen? Of is het meer een kwestie van aangeleerd gedrag, ego of mannelijke trots?

Zet je ervaringen a.u.b. in de commentaar-box hieronder.

14 okt 2014 05:45 Loek van der Lans 2

Reacties

Marianne de Valck op 17 okt 2014 04:55

Het wordt echt tijd dat we niet alleen erkennen hoe anders jongens ( tot jongensachtige meisjes) zijn dan meisjes (tot meisjesachtige jongens), maar daar ook in ons handelen op af gaan stemmen.

Tavechhio, Wolterink en Tovey hebben daar al veel informatie over gegeven. In kinderopvang en onderwijs lijken de verschillen tussen kinderen vaak 'not done'...'Nee hoor onzin' kreeg ik pas nog te horen op een congres alle kinderen mogen zijn wie ze zijn, we houden rekening met verschillen".

Dat is vaak niet zo. 8 van de 10 corrigerende opmerkingen worden gericht op jongens en zijn gebaseerd op aannames (straks val je...daar maak je geen vrienden mee...dat kun je nog niet...dat gaat fout). Op speelplaatsen ontbreken te vaak jongensachtige materialen zoals touwen, takken, technische dingen zoals tandraderen, bouwmateriaal. Steeds opnieuw zijn begeleidende vrouwen bang voor risico's en benoemen ze 'jongensgedrag'negatiever dan nodig; stoeien heet dan vechten, geluid is al snel herrie, beweging is drukte en boos wordt agressie genoemd. Bovendien heten jongens druk te zijn, ongehoorzaam, maken ze rommel en slopen ze.

Steeds weer wijzen onderzoeken uit hoe jongens het in onze samenleving slechter gaan doen en meiden beter. De waardering die ze voor hun natuurlijke gedrag krijgen heeft hier mee te maken.

Wij, vrouwen, zullen niet alleen moeten leren wat gezond jongensgedrag is maar ook hoe we hier toe moeten inspireren en op reageren. Meer zie mijn site.

Loek van der Lans op 18 okt 2014 12:45

Hallo Marianne,
wat een mooi en warm pleidooi om jongens anders te benaderen dan meisjes.

Alhoewel het door jou aangedragen onderwerp afwijkt van de stelling in de blog maak je hier kort en krachtig duidelijk dat jongens andere ontwikkelingsopgaven hebben dan meisjes. Daar kan ik helemaal achterstaan.

Laten we vooral kijken naar wat jongens nodig hebben en datgene aanbieden waar ze op dat moment aan toe zijn. En dat geldt natuurlijk niet alleen in het onderwijs maar ook daarbuiten.

Reactie formulier